In mijn vorige blog beschreef ik de criticus, die je voor de balans in het team hard nodig hebt. Maar de criticus kan gaan rebelleren en wordt dan het ja-maar type, dat een beetje verslaafd raakt aan het geven van kritiek. Hij vindt het immers ook wel lekker om overal lekker tegenin te gaan.
Als tegenwicht heb je in een team een supporter nodig, iemand die kan steunen en helpen waar dat nodig en nuttig is.
In de interactiecirkel (roos) van Leary is dit het gedrag diagonaal tegenover de criticus, ze zijn elkaars tegenpolen. Tegenpolen kunnen ook samenpolen zijn. Dan vormen de criticus en de supporter een ijzersterke combinatie, mits ze elkaar erkennen in hun eigenheid. Want als ze dat niet doen, kunnen ze elkaar niet uitstaan!
De supporter zorgt voor rust in het team met zijn onvoorwaardelijke steun. Als de criticus zich in de nesten werkt met zijn opstandige gedrag, zal de supporter ervoor zorgen dat de criticus niet wordt afgemaakt door de rest. Ongeacht of hij het al dan niet met de criticus eens is. Een kwaliteit van de supporter is, dat hij niet vastloopt in de inhoud van een discussie, maar dat hij oog heeft voor de mensen die eraan meedoen.
De supporter is een warme persoonlijkheid, die zijn nek uit durft te steken om anderen te steunen. Met zijn steunende houding roept hij sympathie op bij anderen. Ik heb hem in Bereiken wat je wilt de Good Guy genoemd, iemand die een goed hart heeft en van daaruit het team in evenwicht houdt.
De supporter-eigenschappen kunnen, evenals alle andere, doorschieten naar extreem of rigide gedrag. Als dat gebeurt zie je iemand die geen vertrouwen in anderen uitstraalt. Die al helpt voordat er een vraag is, zodat zijn teamgenoten het gevoel krijgen dat ze als kleine kinderen behandeld worden.
'Geef maar, dat doe ik wel even', 'Weet je wat jij moet doen? …..', of gewoon je werk overnemen zonder dat je daar om gevraagd hebt.
Als teamleden dit niet in de gaten hebben, kan het zijn dat ze zich de (ongevraagde) hulp laten aanleunen. Ze vinden het misschien vervelend, maar ze laten hem zijn gang maar gaan, 'want hij bedoelt het zo goed'. Een ander effect kan zijn dat hij irritatie oproept. Zijn teamleden ervaren zijn hulp dan niet meer als hulp, maar als de boodschap: 'jij kunt er niets van, ik ben veel beter'. De supporter wordt dan bijvoorbeeld ervaren als een haantje en dat roept navenante reacties op. Daarover meer in een volgend blog.
Supporters die wel als helpend worden ervaren lokken een liefdesdans uit. Een patroon dat onmisbaar is tussen teamleden, als er overeenstemming is en de krachten gebundeld moeten worden om als één team op te treden. Het is een knellend patroon als onenigheid, verschil van inzicht, bestaat en daar niet openlijk over gesproken wordt. De criticus is dan weer verkoelend als een onweersbui op een hete zomerdag, want hij zorgt weer voor openheid. Tenminste, als hij weer niet doorschiet in zijn rebellerende boodschappen.
En zo spelen de criticus en de supporter een wederkerig spel dat leidt tot de balans tussen 'wij' en 'ik', tussen relatiegerichtheid en taakoriëntatie.
Maar zij zijn natuurlijk niet de enige twee. In het volgende blog de haantjes. Ook zij zijn hard nodig, maar o wee als ze de overhand krijgen!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten